Heldinnen van vandaag

Ons moeder. Zo ken ik haar. Greet Kinnaert. Maar buiten het zijn van mijn prachtige mama heeft zij er al een hele carrière als verpleegster opzitten. Iets waar zij gepassioneerd mee bezig is. En dat zie ik elke dag. In het teken van mijn nieuwe serie I Think We Should See Other People, wou ik haar eens aan het woord laten. Een interview, eerlijk en oprecht.

For an English version: click here!

Mama.jpg

Vertel eens over jezelf. Wie ben je?

Ik ben Greet, de mama van Silke en Sander. Ik ben dit jaar in september 25 jaar getrouwd. Ik ben afkomstig van een klein boerendorpje, Hakendover. Ik ben daar opgegroeid, op een boerderij, met 2 broers en 1 zus, waaronder 1 tweelingbroer. Dat is het zoal. Ik heb niet zo veel vrije tijd, want ik werk fulltime. Het leukste is op vakantie gaan, lekker uitslapen, een keer naar de film. Eigenlijk kleine dingen. Een keer naar de wellness, gaan shoppen, lezen, maar dat is meer voor de vakanties. Dat is het. Saai, denk ik, niet?

 

Jij bent verpleegster van beroep. Hoe lang zit je al in het vak? Vertel eens over het verloop van je carrière.

Ik werk ondertussen al bijna 27 jaar. Juli dit jaar ben ik 27 jaar afgestudeerd. Eerst heb ik een jaar bij het Wit-Gele Kruis in de thuisverpleging gewerkt. Dan ben ik naar een woon- en zorgcentrum, een rusthuis, gegaan; dat trok mij meer aan omdat je dan in team kan werken. Niet intiem, maar in een team (lacht). Daar heb ik dan 24 jaar gewerkt. In die 24 jaar heb ik ook verschillende taken gehad; ik werkte eerst gedurende de dag als verpleegster, daarna een tijdje als nachtverpleegster en uiteindelijk ook als adjunct-hoofdverpleegster, waarna ik ben vertrokken. Toen ben ik naar een ander woon- en zorgcentrum gegaan, waar ik 3 jaar gewerkt heb. Ondertussen ben ik ook verder gaan studeren voor hoofdverpleegster want ja, de goesting bleef toch maar terugkeren om als hoofdverpleegster te beginnen. En vanaf dit jaar werk ik, in augustus, dan 2 jaar in woon-en zorgcentrum Oase in Tienen, als hoofdverpleegster. Eigenlijk ben ik reeds vanaf het begin met de oudjes begonnen, en ook blijven werken.

 

Waarom met de oudjes? Er zijn toch nog heel wat andere takken van de verpleegkunde?

Omdat het wel technisch werk is, maar niet zo technisch zoals in een ziekenhuis. En het contact met de ouderen, dat vind ik heel aangenaam. Deze mensen zijn vaak mensen die al een bepaalde wijsheid vergaard hebben.

 

Kan je daar een voorbeeld van geven?

Gewoon. Ook al ben je heel oud, je leert nog altijd dingen bij. Dat is levenswijsheid. Als jij nu moest weten wat ik nu weet, voor mij ongeveer 20 jaar geleden, zou je al heel anders staan tegenover het leven. Ik denk dat hoe ouder je wordt, hoe minder je je druk maakt over bagatellen, zeker op die leeftijd dat je in het rusthuis zit. Dat is anders. Zij maken zich geen zorgen meer over het werk of andere dingen.

 

Je zegt dat je als dag en nachtverpleegster hebt gewerkt. Is daar een groot verschil tussen? Welke verkiest jouw voorkeur?

Als je als nachtverpleegster werkt, heb je zeer weinig contact met de bewoners. Of toch minder. Wel kan je soms goede gesprekken met iemand hebben ‘s nachts, omdat je misschien iets meer tijd hebt. Dan kunnen de mensen soms niet slapen, en piekeren ze, en dan kan je af en toe een goed gesprek hebben. Maar het is ook niet de bedoeling dat je ze wakker houdt, natuurlijk.

 

Waarom heb je voor dit beroep gekozen? Was het een “roeping” zoals men dat ook wel eens noemt of ben je er eerder in gerold? Of was het eerder vanwege praktische overwegingen, zoals werkzekerheid?

Zeker geen praktische overwegingen. Ik ben er eerder ingerold, via vrijwilligerswerk; ik deed toen ik 18 jaar was een week animatie bij een soort rusthuis. Dat was toen ook de periode dat ik moest beslissen wat ik ging doen. Ik had daar geen benul van. Met dit in de vakantie te doen, dacht ik van “Ja, dit is het misschien wel.” Ik mocht daar dan ook zo voor een deel meehelpen. Ja, ik herinner mij nog altijd een man (lacht) op het vakantiekamp. Een heel oude man in mijn ogen, dik in de 70. Nu voelt dat niet meer zo oud. Die man ben ik nog altijd niet vergeten.

 

Hoe kwam dat dan?

Raar maar waar, maar die man had het dus heel erg voor mij. Die was verliefd op mij en die heeft heel erg geweend wanneer ik weer naar huis vertrok. Dat heeft natuurlijk mijn beslissing om verpleegster te worden niet gemaakt, maar het heeft wel indruk op mij gemaakt. Het feit dat deze mensen hunkeren naar vriendschap, wat affiniteit. Misschien heeft dat wel de doorslag gegeven. Verder had ik ook een leuke groep om de activiteiten mee te organiseren. En ze zeiden op dat kamp ook dat ik geknipt was voor de job, maar uiteindelijk is het toch wel een beetje een roeping; je moet het wel graag doen. Als je het niet graag doet, blijf je het niet doen. Mensen voelen ook heel erg aan of je het graag doet of niet.

 

Wat is voor jou het belangrijkste aan het verpleegster-zijn?

Voor mij is dat dat je kan zorgen voor de mensen zoals het MOET kunnen, zoals het zou moeten. Hen de kwaliteit kunnen bieden die ze nodig hebben. En ook, wat voor mij belangrijk is, is dat ik er kan zijn voor de mensen, voor het team. En dat ik mezelf kan zijn, dat ik mezelf niet hoef te verloochenen op de werkvloer. Ik moet eigenlijk werkvreugde hebben. Of een beetje uitdaging. Anders stopt het voor mij, het moet spannend blijven, he (lacht).

 

Hoe vertaalt zich dat dan naar een dag op de werkvloer, die zorg en kwaliteit kunnen bieden?

Ik denk vooral via verpleegkundige taken. Wanneer de mensen iets vragen, op medisch vlak, want daarvoor ben ik het aanspreekpunt, omdat er niet zoveel verpleegkundigen werken. Als ik zo’n vraag kan beantwoorden of zo’n zaak kan in orde kan krijgen, is dat al heel belangrijk. En als ik op het einde van de dag eens ergens kan binnengaan en even, als is het maar 2 of 3 minuten, een babbeltje kan slaan. Dit lukt spijtig genoeg niet altijd.

 

Daar gebeurt zeker allerlei op de werkvloer? Wat is er dan zoal het grappigste of het triestigste dat er gebeurd is?

Ik vind het altijd triestig wanneer er een koppel samen binnenkomt en één van de twee overlijdt. Dat is altijd heel triestig.

Wat er grappig is, is wanneer we ondanks alle ellende toch nog kunnen lachen. Wanneer er weer eens te weinig volk op de werkvloer staat, of als er eens een bewoner iets heeft uitgestoken, wanneer we daar dan toch nog mee kunnen lachen. Ondanks alle miserie die je op dat moment moet opvangen. En dat is fijn. Anderzijds zijn er ook kleine dingen, zoals bijvoorbeeld een dementerend vrouwtje dat elke ochtend binnenkomt en dan aan ons vraagt: “En, hoe is’ t ?” Terwijl wij dat eigenlijk aan haar zouden moeten vragen.

 

Met de besparing op de gezondheids- en welzijnssector, wordt de werkdruk ook vast bij jou op de werkvloer voelbaar. Hoe ga je daarmee om? Of hoe vang je dit op in je team?

Ik probeer mij vooral op te trekken aan de mensen die toch positief blijven, ondanks de werkdruk en alle veranderingen die er steeds aankomen. Dat maakt mijn dag. Ook al is het niet altijd zo rooskleurig, ik probeer uit alles toch iets positief te halen. Ik probeer mijn werkvolk nog meer te prijzen voor hun inzet. En wat mezelf en de werkdruk betreft: soms, dat geef ik toe, ben ik daar niet zo goed in. Ik kan daar niet goed tegen. Wat wel belangrijk is, is dat ik dan wel terecht kan bij collega’s, andere hoofdverpleegkundigen, en de directie. Wanneer ik dat niet meer kan, dan is het gedaan voor mezelf, denk ik. Plus thuis; mijn opvangnet thuis is heel belangrijk.

 

Door diezelfde werkdruk komt de populariteit van verpleegkunde misschien wel in het gedrang. Er is wel werkzekerheid maar is er nog iets waardoor jij gemotiveerd blijft of iets dat je zou kunnen zeggen dat anderen zou kunnen motiveren om voor verpleegkunde te kiezen?

Voor mij is er maar één regel die telt om verpleegster te worden; het is een beetje een roeping, zoals je zei. Als je het alleen maar doet voor de centen, houd je het niet vol. Misschien houd jijzelf het wel vol, maar dan waarschijnlijk ten koste van de patiënten. Dat is voor mij de enige regel. En de mensen, de patiënten, weten heel snel wie het graag doet en wie niet, wie het werk met zijn hart komt doen of niet. Ik voel dat zelf ook onmiddellijk aan. Ik heb dat heel snel door of iemand komt voor het geld of ook daadwerkelijk gemotiveerd is.

 

Verder zelf nog iets aan te vullen?

Ik ben ook heel nieuwsgierig; ik ben een beetje een controlefreak. Ik wil alles weten. Ik heb alles graag in de hand. Dat is natuurlijk ook niet altijd zo goed, want zo is en kan het niet altijd. Ik leg de lat voor mezelf hoog, maar ook voor anderen.

 

Is het daarom dat je er misschien ook voor hebt gekozen om hoofdverpleegster te worden?

Misschien wel voor een stuk, ja. Omdat ik toch graag alles een klein beetje naar mijn hand wil zetten. Een klein beetje… Ja, ik ben graag de baas (lacht). Dat ga je toch niet schrijven, zeker? De mensen van mijn werk lezen dat wel, he! Dat is gewoon een gevoel vanbinnen. Het is iets dat ik probeer te verdringen, die goesting om hoofdverpleegster te zijn, maar dat lukt niet. Deze job is míjn job, op mijn lijf geschreven, hoe zwaar het soms ook is. Het is de beste job die ik al ooit heb gehad. Schoon eh?

Advertisements

2 thoughts on “Heldinnen van vandaag

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s